Al even lig ik wakker, draai op mijn rechterzij. Linkerzij. Schud nogmaals de kussens op, dekbed van me af, dekbed weer naar me toe. Ga op mijn rug liggen. Ik kan de slaap niet vatten. Wat op zijn minst opmerkelijk is, want mijn slaappatroon lijkt genetisch geïnspireerd te zijn door de familie van marmotten. Normaal hoef ik alleen maar mijn kussen te voelen en ik glijd in een andere wereld. Deze nacht niet. Ik ben aan het nadenken. Piekeren is een beter woord… en malen komt nog meer in de richting.

Ik doe het nachtlampje aan, zet de tv aan. Zap van herhalingen naar erotiek en van erotiek naar tell-sell. Ook hier word ik niet rustiger van. Uiteindelijk stap ik uit bed om een kop koffie te pakken. Dat is niet het meest handige wat ik nu kan verzinnen, schiet nog door mijn hoofd. Als je ziet wat medici en academici schrijven over het effect van cafeïne… maar ik weet nu eenmaal op dit moment niets beters te doen. Met mijn kop koffie in de hand loop ik naar buiten, koffie die ik extra sterk heb gemaakt. Kan ik in ieder geval ergens tegenaan schoppen en eigenwijs zijn. Al is het maar tegen het ‘bewezen’ effect van cafeïne.

Ik ben boos. Boos op anderen die niet doen wat ik wil, niet snappen wat ik wil, niet kunnen wat ik wil. En dan die stem in mezelf; jij bent ook maar een mens, die anderen ook, iedereen doet wat hij kan, er is geen goed of fout, het is zoals het is, je kunt het ook loslaten, wat je aan het doen bent is projecteren, falen is feedback, het heeft vast een hogere bedoeling… Ik schud een paar keer met mijn hoofd. Soms heb ik het zo gehad met al dat psychologisch geanalyseer en spiritueel gezever. En tegelijkertijd weet ik dat ik mezelf voor de gek houd.
Daarvoor heb ik teveel geleerd over hoe het leven in elkaar zit, hoe onze interne processen werken, de rol van ons ego en hoe goed we zijn in het negeren van ‘het weten’ in onszelf.
Eigenlijk ben ik gewoon boos… Boos op mezelf dat ik het even niet weet. Ik, een grote fan van het woord controle. En ik ben bang, bang om werkelijk te luisteren. Omdat ik op mijn klompen, die voor deze gelegenheid zijn vervangen door sloffen, heel goed aanvoel wat ik zou moeten doen.

Ik zak in een stoel. Direct draaien de radartjes in mijn hoofd weer op volle toeren. Mijn ratio – die sterk ontwikkeld en mij o zo vertrouwd is – geeft nog steeds niet op, juichend aangemoedigd door mijn ego. Een gedachtestroom start opnieuw, als in een cirkeltje draait hij rond. Een cirkel die ik vandaag al vaak, heel vaak, op dezelfde manier heb gevolgd. Ik weet al wat er op het eind van de cirkel op me wacht, nog steeds geen antwoord, maar wederom een vraag en een heleboel ‘ja, maar’s’.

En dan, als ik eindelijk stop met denken, het opgeef, nemen de geluiden van de nacht me over. Het licht van de maan schijnt zachtjes over mijn voeten, ik leg mijn hoofd in mijn nek en staar naar de sterren. De nacht valt over me heen als een veilige comfortabele deken. Ik geef me over en ik voel hoe mijn lichaam zich ontspant, mijn gedachten rustiger worden tot ze volledig stil zijn. Even is er helemaal niets meer. Dan een diep gevoel dat me volledig vult, recht vanuit mijn hart. In minder dan een seconde is het antwoord daar. Het antwoord dat er al die tijd al was, alleen ik weigerde te luisteren. Een antwoord zo helder, zo kloppend, zo direct. Een antwoord gevormd door een diep weten in de kern van mijn ziel.

Wie ben ik om daar Nee tegen te zeggen.